KEV-IN-WONDERLAND

thirty-something **** somewhat-thirsty **** thirsty-for-life

Column: Els Aeyels

Het is woensdag. Dus tijd voor een nieuwe column van Els Aeyels.

Onlangs offerde ik mijn middagpauze op om te luisteren naar drie ervaren journalisten die me het nut probeerden uit te leggen van sms’en met ministers, een dagelijkse “telefoonronde” met woordvoerders en het afschuimen van recepties met kabinetsmedewerkers. Jawel, netwerken is zo’n macho-modewoord geworden dat zelfs ik begon te denken dat hun ongetwijfeld nuttige tips me hoedanook wel één of ander voordeel zouden opleveren.

Helaas, van de anderhalf uur durende uiteenzetting heb ik maar één ding onthouden en eigenlijk wist ik dat vooraf ook al. Ik zal het nooit ver schoppen als dat moet afhangen van mijn netwerk-kwaliteiten. Ik heb er namelijk geen. Bazenhielen likken, saaie proffen opvrijen of op café hangen met compleet oninteressante mensen is in mijn hoofd alleen maar tijdverlies.

Vergaderen om schouderklopjes uit te delen en te ontvangen en de beslissing uit te stellen tot volgende week, aan het begin van elke dag opsommen wat voor geweldigs ik gisteren weer allemaal heb gepresteerd opdat iedereen zou weten hoe belangrijk ik ben of lachen met flauwe moppen alleen omdat ze uit de mond komen van iemand die een hogere positie bekleedt op de sociale ladder: ik kan het niet, ik wil het niet en ik doe het niet.

Ook al springen de tranen me in de ogen als ik weer es moet vaststellen dat zij die zich wel op alle geoorloofde en ongeoorloofde manieren in het gezichtsveld van de decisionmakers hebben gewerkt me pijlsnel voorbij schieten, toch ben ik er zeker van dat ik aan het einde van de rit niet degene ben die bedrogen zal uitkomen.

Want ik HEB een netwerk. Een netwerk van mensen die écht om me geven, ook als ik hen es drie dagen op rij niet heb gezegd dat hun haar zo goed ligt. Mensen die me niet alleen belangrijk vinden omdat ik hen misschien ooit aan een promotie, airplay of een vip-kaart voor het Donna-feestje kan helpen, maar gewoon omdat ik altijd en overal mezelf ben.

Af en toe wordt een mens daar voor beloond. Gisteren bijvoorbeeld was ik in Brugge –na een lunch met de kabinetschef van de burgemeester die toevallig ook een vriend van me is, netwerk, netwerk- een reisboekenwinkel binnengestapt om een Amerikaanse wegenkaart te kopen. De uitbater liet me niet alleen een half uur ongemoeid door de boeken en kaarten bladeren, maar genoot ook van mijn glunderende gezicht toen ik precies datgene had gevonden waar ik naar op zoek was.

“Kaarten zijn het begin van alle dromen,” knipoogde hij. “Ik zal je een kaartje sturen,” lachte ik terug. Toen ik al bijna buiten stond, kwam hij plots naar me toe, pakte mijn arm vast en duwde me zo’n opblaasbaar reiskussentje toe. “Hier,” zei hij, “dan kan je op het vliegtuig er naartoe al ongestoord dromen.”

En toen wist ik het weer zeker. Niemand gaat dood aan een beetje welgemeende vriendelijkheid en oprechte interesse in zijn medemens. En voor mij en iedereen die ik in mijn netwerk wil, zal dat soort eerlijkheid altijd het langst duren.

7 reacties:

Anoniem zei

Knappe tekst!

Anoniem zei

tis weer een knap stukje doe zo voort :-) (y)

Anoniem zei

anonieme persoon ben ik dus :)

Anoniem zei

Ik ben fan :-)

Anoniem zei

en dan zou je ze eens in het echt moeten horen vertellen.... entertainment verzekerd!
Nele

Anoniem zei

Kuch

Anoniem zei

Kuch