Column Els Aeyels
Ik zei het gisteren al... eentje met een hoog Bridget Jones-gehalte.
Feestjes zijn er in deze tijd van het jaar in alle soorten. Er is het obligate familiefeest waar nonkel Staf en tante Trees ondanks alle goeie voornemens na drie glazen champagne toch weer beginnen te ruzieën over wiens erfdeel dat mahoniehouten dressoir nu eigenlijk was. Er is de nieuwjaarsreceptie op het werk waar je ook deze keer niet ontsnapt aan de vettige zoenen van die ene griezel met de lookadem, de zweetplekken en de grijpgrage handjes. Er is het feestje onder vrienden dat in het beste geval eindigt in een uitgelaten en aangeschoten bende en in het slechtste geval met rooie wijnplekken op het kraakwitte tafelkleed, kots op het terras en een tong in de mond van de verkeerde.
En er is het feestje waar je die ene ex tegen het lijf loopt. Die waar je zoveel jaren geleden halsoverkop, als een blok voor bent gevallen en waar je nooit meer helemaal van hersteld bent. Die je met zijn jongensachtige charme meesleepte in een waanzinnig en schier eindeloos avontuur van zon, zee, zaligheid en -laten we eerlijk zijn- de beste sex die je ooit hebt gehad.
Diegene die toen de roes was uitgewerkt inderdaad de eikel bleek te zijn voor wie iedereen je had gewaarschuwd. Die je hart brak en je als een wrak achterliet, maar die je nog altijd meer mist dan alle andere samen. Die van wie je zielsveel hebt gehouden. De "Mr Big" onder de exen. The One.
Ben ik de enige die nooit klaar blijkt te zijn voor die “toevallige” ontmoeting? Die in de volle overtuiging verkeert dat ze deze keer helemaal voorbereid is, tot de gebeurtenissen die er op volgen het tegendeel bewijzen? Tuurlijk ben ik er al lang overheen. Tuurlijk weet ik dat het er al eeuwen niet meer toe doet. Maar op de één of andere manier volstaat één blik of één aanraking op dat éne eindejaarsfeestje waar we mekaar niet kunnen ontwijken om me toch weer aan alles te doen twijfelen. Eén gesprek van een kwartier één keer per jaar : het kost me een maand om er van te bekomen en ik lig er al weken van tevoren wakker van.
Vreemd hoe iemand je eeuwig in zijn greep kan houden. Hoe heel de wereld rond je en alle mensen in je buurt lijken te vervagen op het moment dat zijn ogen de jouwe vangen. Hoe elke stap die hij in jouw richting zet in slow motion verloopt en je eigenlijk liefst zo hard mogelijk zou weglopen, alleen lukt dat niet omdat je aan de grond genageld lijkt.
En dan staat hij er plots, amper een meter van je vandaan. En hoe graag je ook door de aarde zou worden opgeslokt, toch schreeuwt heel je lijf “pak me vast... please?” En dan kust hij je en er gaat een stroomstoot door je lijf die groot genoeg is om heel Vlaanderen een maand lang van elektriciteit te voorzien. Je krijgt het koud en warm tegelijk, je maag gaat schuiven en er zit plots een krop in je keel.
Je voelt de tranen komen en je zou hem willen slaan en stampen, hem écht pijn doen, wraak nemen. Maar hij lacht zijn tanden bloot, knipoogt, geeft je die knuffel waar je zo naar hebt verlangd en fluistert “Hey pruts, alles goed?” in je oor. En terwijl je hem in je armen sluit, denk je: “Volgende keer, volgende keer laat ik het niet gebeuren, volgende keer heb ik karakter…”
En dat is ongeveer het laatste wat je je de dag erna herinnert. Dat, en iets met een fles champagne op de achterbank van zijn auto. Het zal wel chemie zijn zeker...
21.12.05
|
|
This entry was posted on 21.12.05
You can follow any responses to this entry through
the RSS 2.0 feed.
You can leave a response,
or trackback from your own site.
1 reacties:
Mooimooimooi :-)
Een reactie posten