KEV-IN-WONDERLAND

thirty-something **** somewhat-thirsty **** thirsty-for-life

Column Els Aeyels

De dingen die jij op televisie ziet of in een boek leest, maakt Els in het echte leven mee. Non-fictie kan zo mooi zijn.

Ik heb zo goed als niks opgestoken aan de universiteit. Toch niet in de les. Goed, ik ben er zelfstandiger geworden, ik kan verantwoordelijkheid nemen voor mijn eigen doen en laten en misschien heb ik er ook geleerd om te leven. Maar al die dingen heb ik zélf gedaan. Veel blijvende KENNIS heb ik aan de tienduizenden franken inschrijvingsgeld niet overgehouden. In elk geval niets wat het niveau “weetjes om mee op te scheppen” overstijgt.

Behalve van die ene man dan: Eddy Stols. Van inborst een halve Braziliaan, het prototype van de verstrooide professor en de enige van alle leraars die ik heb versleten die begreep dat een antwoord niet altijd juist moest zijn om goed te zijn. Goed GEVONDEN bijvoorbeeld is ook een mogelijkheid. Eddy Stols is al een hele dag in mijn gedachten.

Tot gisteren had ik geen idee waar ik het deze week over zou hebben en de deadline voor mijn column naderde sneller dan me lief was. Een gevoel dat ik al es had ervaren in de tweede kandidatuur toen ik voor bovengenoemde een paper moest schrijven en geen bronnen vond over het opgelegde onderwerp. Terwijl ik stilaan begon te flippen, bleef hij de rust zelve. “Je moet het toeval de kans geven om zijn rol te spelen”, zei hij, “loop es langs een boekenwinkel ofzo, je weet nooit wat je vindt...”.

Wel, ik vond vanmorgen om kwart over vijf in mijn eigen straat het onderwerp voor mijn column. Of neen, het was eerder een kwestie van wat ik niet vond. Mijn auto namelijk, of nog beter: de vervangwagen waar ik mee rondrijd omdat de mijne hersteld wordt. Gisteravond had ik die op 20 meter van mijn deur geparkeerd, vanmorgen was ie weg. Verschwunden.

Na een hartstilstand of twee, het vervloeken van alle criminelen van het westelijk halfrond en het zeven keer over en weer lopen om zeker te zijn dat ik er toch niet over had gekeken, merkte ik plots dat de plaats waar ik de auto had achtergelaten de uitrit van een garage was. Pas op, dat is een grotere verrassing dan je zou aannemen want ik woon hier al 8 maanden en ik heb daar NOOIT een garage gezien. Volgens mij hebben ze die daar vannacht gezet.

Even overwoog ik om de mensen die in het huis bij de uit het niets ontstane garage horen, te vragen waar mijn auto was gebleven. Gelukkig besefte ik net op tijd dat ze mij -gezien het uur van de dag en het feit dat ik hen ook al het vertrekken uit hun eigen huis onmogelijk had gemaakt- niet erg gunstig gezind zouden zijn als ik hen ook nog es uit bed zette. Ik heb dus maar een taxi gebeld.

Terwijl ik ijverig zat uit te rekenen wat deze dag me zou gaan kosten -takelen, parkeerboete, taxirit, reparaties aan kapotte auto enzovoort- stopte de taxi aan de Carré. Om een zat koppel op te pikken dat naar Brugge wou. Ja, er zijn mensen die op dinsdagochtend om halfzes een taxi nemen omdat de vervangwagen van hun kapotte auto is weggesleept en ze het nieuws moeten lezen. En er zijn mensen die omstreeks dat uur genoeg hebben van het fuiven en een taxi nemen om te gaan slapen. Honderd kilometer verderop.

Er zijn mensen die geld hebben en er zijn er die het altijd op de meest lullige manier kwijt spelen. Er zijn schrijvers met angst voor het witte blad en er zijn er die erop vertrouwen dat de inspiratie wel komt als het moet. Er zijn verhalen die goed gevonden zijn en er zijn er die zo onwaarschijnlijk klinken dat ze wel waar MOETEN zijn. En er zijn dingen die aan iedereen kunnen gebeuren maar waarvan mijn vader gewoonlijk zegt: “Ja, maar altijd eerst aan u...”

0 reacties: