Column Els Aeyels
Ik kan al bijna niet meer wachten op het vervolg van deze column...
Of je nu openlijk gelooft in liefde op het eerste gezicht of er liever niet voor uitkomt om niet voor watje te worden versleten, volgens mij heeft iedereen het wel eens meegemaakt. Een moment waarop je heel je leven zou omgooien voor een volslagen onbekende. Je ontmoet iemand – bij voorkeur op een heel ongepast moment op een waanzinnige plaats waar je anders nooit komt - en zonder enige verklaring voel je je wangen kleuren en je lippen droog worden. Je hebt geen idee waarom, maar iets binnenin je fluistert dat je met deze persoon je leven zou kunnen delen. Of op zijn minst enkele hete nachten.
Waarschijnlijk blijkt het een ongelofelijke vergissing en weet je morgen al niet meer wat je er in zag, maar je zou nu meteen met hem op een vliegtuig naar Aruba springen om het te gaan uitvissen. Misschien is dat soort fysieke aantrekkingskracht wel de enige échte vorm van verliefdheid. Een onverklaarbare donderslag bij heldere hemel, waarna de zon plots nog veel feller lijkt te schijnen.
Een vriendin van me had ooit een coup de foudre in de afdeling chocolade van de Unic. We zaten toen op kot in Leuven en vier jaar lang is ze elke dinsdagochtend rond de klok van elf gaan checken of “hij” er “toevallig” ook niet was. Tevergeefs, ze heeft hem nooit meer gezien.
Een vriend maakte enkele weken geleden iets gelijkaardigs mee op de laatste trein naar huis. Hij speelde met een medepassagier “even checken of hij ook nog kijkt... ja dus...” en tegen de tijd dat de trein zijn eindbestemming naderde, zou hij zijn ziel aan de duivel hebben verkocht om nog vijf minuten langer te kunnen blijven zitten. Hij plaatste later zelfs een krantenadvertentie om zijn voorbestemde wederhelft terug te vinden. Helaas, blijkbaar las die geen krant.
Mij overkwam het enkele jaren geleden –jawel, schande!- tijdens de begrafenis van Pim Fortuyn. Ik had het moeilijk om een goed zicht te krijgen op de menigte en plots trok de hand van een cameraman me uit de mensenmassa een klein verhoog op. Ik heb het volgende anderhalf uur hand in hand gestaan met een donkere vreemdeling van wie ik zelfs nooit heb geweten hoe hij heette, ook al was hij in mijn hoofd al de toekomstige vader van mijn kinderen.
Het noodlot in de vorm van mijn eindredacteur maakte een abrupt einde aan onze kortstondige romance. We werden letterlijk uit elkaar gedreven en als ik langs de Beukelsdijk in Rotterdam loop, komt er nog altijd een diepe droefnis over mij om die gemiste kans.
Waarom ik daar nu zo plots aan moet denken? Omdat ik vanmorgen een iets mildere versie van hetzelfde heb beleefd. Ik heb nog net mijn tong afgebeten of ik had 5 minuten nadat ik aan iemand werd voorgesteld, gevraagd: “Ben je getrouwd? En if not, kunnen we dan nu kussen?”
Geloof me, ik overdrijf niet. Ik doe dat soort dingen. Ik kraam meer onzin uit dan goed voor me is. Ik heb er meestal al spijt van terwijl ik het zeg, maar ik kan het niet helpen. Op een schaal van 1 tot 10 scoor ik 11 voor impulsiviteit. Ik ben een labiel wicht. Maar ik ben blijkbaar niet de enige. Want hij heeft mijn nummer gevraagd...
25.1.06
|
|
This entry was posted on 25.1.06
You can follow any responses to this entry through
the RSS 2.0 feed.
You can leave a response,
or trackback from your own site.
1 reacties:
Spannend :-)
Word vervolgd ?????????
Een reactie posten